|
Rinie en Tiny Kamerling * Emmen * info@aelderstroomdal.nl * 0591-532271 * 06-25275789 |
|
|
Het
gebruik van zweethonden Met onze honden doen we aan zweetwerk. Om misverstanden te voorkomen: zweet betekent in het vakjargon "bloed". Een zweethond is dan ook letterlijk een hond die met zijn neus een geurspoor van bloed volgt. Onze teckels zijn specifiek getraind voor het nazoeken van reewild. Dit wild kan aangeschoten zijn geschoten door een wildbeheerder of verkeersslachtoffer zijn. We onderscheiden twee disciplines; het "echte" werk, oftewel natuurnazoek en de wedstrijden. Voordat een hond toe is aan een natuurnazoek moet er veel getraind worden en is het een goed idee om eens een wedstrijd te lopen om het niveau te testen. Spulletjes die je nodig hebt voor een nazoek of het leggen van sporen. Hoe gaat het in zijn werk? Voor het trainen verzamelen we bloed van bijvoorbeeld ree, hert of rund via poeliers of andere adresjes. Regelmatig trekken we het bos in en sprenkelen een spoor; je gebruikt dan zo ongeveer 250 ml zweet per kilometer. Er moeten duidelijke haken (gemarkeerde verandering van richting) in een spoor liggen en verwijspunten. Een verwijspunt is een aanwijzing dat het ree daar gelopen heeft, bij het nabootsen worden hiervoor stukjes spons gebruikt, gedrenkt in bloed. In de praktijk kan je botsplinters of extra zweet/huid/snijhaar vinden. Ook worden er wondbedden in een spoor aangebracht. De meest voorkomende (teckel)proef in Nederland is Zweetproef E, bij deze proef ligt het wondbed altijd op de haak. Een wondbed is een omgewoelde plek met extra zweet en snijhaar. Meer informatie over de diverse proeven vindt u in de diverse Reglementen.
wondbed Ook gebruiken we wel eens spoorschoenen ( Fährtenschuh ). Omdat u met deze spoorschoen weinig zweet (bloed) gebruikt leert u hiermee uw hond met meer rust en concentratie een spoor uit te werken. In combinatie met een gesponst spoor een prima trainingsmethode voor honden die onrustig werken op het spoor. Wij trainen meestal met duidelijk gemarkeerde sporen, het gaat erom dat de voorjager leert om de hond te "lezen" (zijn gedrag observeren en interpreteren). Het is dan uitermate belangrijk om zelf te weten waar het spoor loopt. Het werkt nog prettiger als de sporenlegger meeloopt en tijdig aanwijzingen geeft. De lengte en de leeftijd van de oefensporen laten we telkens variëren. Het moet voor de hond spannend blijven. Train daarom ook niet vaker dan 1 keer per maand Voorbeeld van een markering Je hond draagt tijdens het uitwerken van het spoor een zogeheten zweetlijn, een brede soepele halsband waaraan met een goed draaibare wartel een soepele lichte (leren) lijn van plm. 8 meter is bevestigd. Bij de start van een spoor let je goed op de aanschotplaats, dit kan veel aanwijzingen geven over de richting waarin het stuk gevlucht is.
Aanschotplek Bij een westrijd is het vaak met een tak (breuk) aangegeven in welke richting het spoor loopt, ook kan je dit zien aan de manier waarop het wondbed is uitgekrabd. Verder is het heel belangrijk dat je je hond kan "lezen", d.w.z. dat je op tijd ziet of je hond goed het spoor volgt of dat hij de verleiding ingaat van een vers spoortje. Zorg bij de training altijd voor een goede beloning, bij een beginnende hond ook tijdens het spoor. Aan het eind van het spoor moet altijd een dummy liggen, een reeënhuid of afsnijdsels. Eindbeloning Belang van een zweethond Naast het feit dat wij dit natuurlijk een geweldige hobby vinden, is het ook erg belangrijk dat een zweethond op tijd wordt ingeroepen. Het gebeurt nog te vaak dat mensen zelf gaan zoeken naar het gewonde wild en dit dan niet vinden. De mens kan alleen zoeken op zicht, een hond heeft natuurlijk zijn eigen unieke instrument DE NEUS, en hier moeten we gebruik van maken! Wij worden nu regelmatig gebeld voor nazoeken in het Noorden, hier zijn we heel blij mee. Ook al twijfelt men of er al of niet een zweethond ingezet moet worden, bellen kan altijd. We komen dan uiteraard en kunnen dan ter plekke samen met de jager, of degene die het stuk heeft aangereden, bepalen of er op dat moment nagezocht moet worden. Het is kosteloos en het gewonde dier kan eerder uit zijn lijden worden verlost. Sam na een oefenspoor van 53 uur oud Natuurnazoeken NA HET SCHOT Wanneer men op een stuk reewild heeft geschoten, blijf dan tenminste een kwartier tot 20 min. wachten, alvorens naar de aanschotplaats te gaan. Men neemt die tijd ook wanneer het stuk niet ter plekke ligt.
AANSCHOTPLAATS Nadat de genoemde wachttijd voorbij is, benadert men de aanschotplaats voorzichtig, ook wanneer het wild er niet ligt! Men dient hoe dan ook te voorkomen dat de aanwezige zweetdeeltjes (bloeddeeltjes). niet onnodig vertrapt worden. Dit maakt het voor de hond alleen maar onnodig moeilijk om na te zoeken. Heeft men de juiste plek eenmaal gevonden, zoek dan naar alle mogelijke sporen, zonder daarbij de aanschotplaats teveel te verstoren. Met andere woorden, kijk eerst nauwkeurig rond vóór men gras, takken en dergelijke opzij haalt. Kijk naar snijhaar en zweet, omdat hieruit erg goed is af te leiden, waar het dier is geraakt. SNIJHAAR 's Zomers zal men minder snijhaar vinden dan 's winters wanneer de vacht veel dikker is. Heeft men zelf een snijhaarverzameling ( vaak heeft de zweethondenvoorjager wel een snijhaarverzameling) aangelegd, dan kan men door vergelijking redelijk zeker bepalen waar het schot zit. Kijk ook of het snijhaar echt is afgesneden. Zo ja, dan is het afkomstig van het inschot. Is het echter uitgerukt, dan is het afkomstig van het uitschot. Het kan ook gebeuren dat de haartjes zonder haarzakje afkomstig zijn van een schampschot. Ook andere dingen, zoals botsplinters, kunnen een duidelijke aanwijzing geven. Is het (zweet)spoor erg duidelijk dan kan men het voorzichtig volgen. Is dat niet het geval of twijfelt men, vertrap dan niet meer dan nodig is en zorg dat er een goede zweethond op het spoor wordt gezet.Dus bij twijfel echt niet zelf gaan zoeken. Moet men daarvoor van de aanschotplaats weg, markeer dan met takken o.i.d. de aanschotplaats en de standplaats vanwaar men schoot. Vooral dit laatste wordt nog wel eens vergeten, terwijl het nauwkeurige weten van de standplaats, van wezenlijk belang kan zijn om het een en ander te reconstrueren. Ga er niet van uit dat men het wel terug kan vinden, omdat dit in de praktijk vaak tegenvalt. Bij twijfelachtige schoten, dus een goede kans dat het stuk is ziekgeschoten, of in ieder geval niet ineens dood is, dient met zeker l a 2 uur te wachten voor men met de nazoek begint. Doet men dit niet dan bestaat de kans dat het stuk uit het wondbed wordt opgestoten (verjaagd van de plaats waar het lag te sterven). Vaak kunnen deze dieren dan nog een aanzienlijk eind lopen en in de meeste gevallen zal er niet of nauwelijks meer een zweetspoor worden gevormd. Dit maakt verdere nazoek vrijwel onmogelijk. Verwacht men zware regen, dan moet men er voor zorgen dat de hond snel aan het werk gaat voor het spoor grotendeels is uitgewist, maar dit ligt vooral aan waar het terrein zich bevindt want in een dicht bos spoelt het spoor niet gauw weg maar op zeer open terrein kan (dan moet het echt stortregenen) het dus wel. Normale regen is voor de hond geen probleem, soms zelfs beter om het spoor te kunnen volgen.Het spoor word hierdoor breder. Het benaderen van de aanschotplaats doet men nooit zonder een geladen wapen. Wanneer men vanaf een hoogzit heeft geschoten, dient men eerst het wapen te ontladen vóór men de hoogzit verlaat. Hierna wordt het wapen direct weer geladen. Indien mogelijk is het beter in een dergelijk geval de kijker van de buks te halen. Moet men nl. op korte afstand een vangschot geven, zit de kijker alleen maar in de weg. Aan de hand van het zweet (bloed) op de aanschotplaats, kunnen meestal duidelijke conclusies worden getrokken waar en/of hoe het dier is geraakt. Hierbij de volgende indicaties:
Aan de manier waarop reewild reageert (tekent) op een schot is af te lezen waar het dier werd geraakt. Als men direct na het schot blijft kijken hoe het stuk tekent, kan men al veel aan de weet kan komen. Een
stichting die gaat over het natuurnazoeken met honden heet Stichting zweethonden Nederland.
Kijk ook eens op deze site ![]()
GPS
Voor het leggen van sporen gebruiken wij een GPS systeem Garmin 60CSx, hierbij een specifieke handleiding om de Garmin te gebruiken tijdens het zweetwerk.
| |